Voeding Emoe

Dieet

Emoes zijn omnivoren. Het grootste deel van hun menu bestaat uit plantaardig materiaal en is seizoensafhankelijk. Wortels, bladeren, gras en zaden, maar ook muizen en andere kleine dieren staan op het menu.
Voor loopvogels zijn speciale voeders ontwikkeld. Volwassen emoes eten ongeveer 500 gram korrels of meel per dag. De hoeveelheid is afhankelijk van onder andere de activiteit van de emoe, zijn gewicht, de omgevingstemperatuur en het seizoen. Korrels kunnen worden aangevuld met een kilo groenvoer of andere producten. Voorbeelden hiervan zijn luzernebrokken, luzernehooi, grasbrokken, aardappels, appels, andijvie, bietenpulp, sojaschroot, maïskorrels, tarwe of haver. Bietenpulp mag alleen gevoerd worden na een halve dag geweekt te zijn. De droge korrels zwellen anders op in de maag. Bietenpulp is goed voer voor zowel volwassen, als voor jonge emoes.
Emoes happen naar alles wat binnen hun bereik ligt, zeker als het glimt. Spijkers, stukken ijzerdraad en glas kunnen in hun maag komen. Deze voorwerpen kunnen dodelijke inwendige bloedingen veroorzaken. Een emoe mag dus nooit de beschikking krijgen over dergelijke voorwerpen.

Nutrienten behoefte

Volwassen emoes hebben een onderhoudsvoer nodig met een eiwitpercentage van 10 tot 12 procent. De eerste twee levensmaanden hebben emoes 21 procent eiwit in het voer nodig. Op een leeftijd van 2 tot 4 maanden bedraagt de eiwitbehoefte 18 tot 20 procent. Emoes van 4 tot 6 maanden hebben 15,5 tot 17 procent eiwit nodig. In de leeftijdscategorie van 6 tot 10 maanden hebben 13 tot 14 procent eiwit in het voer nodig. Oudere Emoes krijgen onderhoudsvoer.

Voedingsschema

De emoes dienen twee keer per dag te worden gevoerd, waarbij het voer enkele uren per dag tot hun beschikking staat. Voor de overige tijd hoeven de vogels geen voer te hebben tot aan de volgende voertijd. Emoes kunnen in de vrije natuur goed langere tijd zonder water. Toch dient schoon, vers drinkwater altijd beschikbaar te zijn.

Voedingsplaats

Het is handig om het voer en het water buiten het verblijf te plaatsen. Voor de voer- en waterbak dient een traliehekwerk met verticale spijlen geplaatst te worden. De spijlen dienen ver genoeg uit elkaar te staan, zodat de vogels er makkelijk met hun kop tussendoor kunnen. Op deze manier kunnen emoes niet met de poten door het voer en het water lopen. Het water blijft dan langer schoon. Voedsel kan ook in bakken aangeboden worden, die op een meter hoogte hangen.

Broeden en handopfok

Broeden
Als gekozen wordt om de eieren niet door de haan uit te laten broeden, kunnen eieren in de broedmachine gelegd worden. Allereerst dienen de eieren na het rapen voorzichtig schoongemaakt te worden. Dat gebeurt door stromend warm water over het ei te laten lopen, voorzichtig te wrijven en zo het vuil te verwijderen. Dit mag nooit gebeuren met een schuurspons. Het uitkomstpercentage van de eieren wordt daardoor negatief beïnvloed. Op de eischaal zit namelijk een eihuidje, dat het ei beschermt tegen binnendringende micro-organismen en het voorkomt extreme verdamping van water uit het ei.
Eieren kunnen tien dagen op een koele plaats bewaard worden, voordat de eieren worden bebroed. Eieren dienen dan wel elke dag 180 graden gedraaid te worden. Als de oudste eieren tien dagen oud zijn, worden alle eieren in één keer in de machine gelegd. Dan worden de jonge emoes ook ongeveer op hetzelfde moment geboren.
De broedmachine dient nauwkeurig te worden afgesteld op een temperatuur van 36,2°C. Dat is iets lager dan de broedtemperatuur bij kippeneieren. De luchtvochtigheid dient te worden afgesteld op ongeveer veertig procent relatieve luchtvochtigheid. De eieren worden gedurende het hele broedproces automatisch gekeerd. Wanneer de eieren niet automatisch gekeerd worden, dienen de eieren ten minste drie keer per dag handmatig 180 graden gekeerd te worden. Als alles goed is verlopen, komen de eieren uit na 54 dagen te zijn bebroed. De laatste drie dagen voor het uitkomen worden de eieren niet meer gekeerd. De eieren gaan naar een uitkomstmachine, waar de bijna volgroeide kuikens tot rust komen. Zodra een kuiken een begin heeft gemaakt met het openbreken van de eierschaal, dient het kuiken binnen 24 uur uit het ei te zijn. Normaal gesproken is dat ook het geval. Als dat te lang duurt kunnen de vliezen rond het kuiken uitdrogen en plakt het kuiken vast. Vanaf dat moment kan het kuiken niet meer zelf uit het ei komen en heeft het kuiken hulp nodig. De droge vliezen dienen losgemaakt te worden. Teveel helpen is niet goed, want dan gaat het proces te snel. Misschien is de eierdooier, die door het kuiken op het laatste moment wordt opgenomen, nog buiten het lichaam.
Als de emoes uitgekomen zijn, blijven de kuikens eerst nog een dag in de uitkomstmachine. Daarna gaan de kuikens naar een opfokruimte.

Handopfok
Wanneer jonge emoes uit het ei komen, wegen de kuikens ongeveer vierhonderd gram. Vanaf het begin dienen de kuikens voldoende ruimte te hebben om te kunnen lopen. Het is namelijk belangrijk dat vooral de pootspieren van jonge kuikens zich goed kunnen ontwikkelen. De lucht in de opfokruimte dient droog te zijn. De eerste dagen hoeven de kuikens nog niets te eten. Vanaf de tweede dag is het wel belangrijk dat de kuikens drinken. Als de kuikens het drinkbakje nog niet gevonden hebben, is het aan te bevelen, om hun snavel een keer in het water te dompelen. Dan drinken kuikens meteen en leren de dieren waar de drinkbak zich bevindt. Vanaf de vierde dag beginnen de kuikens pas naar eten te zoeken. Dan is de dooier die de kuikens uit het ei meegekregen hebben helemaal verteerd. Eten moeten de jonge vogels nog leren. Door een beetje kort geknipt gras in de drinkbak te strooien, leren de jongen te happen naar vaste delen. Als de jonge emoes drinken, beweegt het gras en dat vinden de kuikens dan aantrekkelijk. Om kuikens aan het eten te krijgen, is creativiteit belangrijk. Door ook een beetje gras door het voer te mengen, zullen de kuikens sneller beginnen met eten.
Voor jonge loopvogels bestaat speciale kuikenopfokkorrel, die ook voor emoes gebruikt kan worden. Als aanvulling hierop kunnen jonge emoes kleingesneden stukjes appel, peer, komkommer, sla, andijvie of andere soorten groente en fruit krijgen. Ook geweekte bietenpulp is een goede aanvulling op het menu. Deze bietenpulp kan ook gebruikt worden om de kuikens te leren eten. Als de kuikens vier maanden oud zijn, kan overgeschakeld worden op onderhoudskorrel voor volwassen loopvogels.
De omgevingstemperatuur bij de jonge kuikens dient ongeveer 32 graden te zijn. Om de gewenste temperatuur te realiseren, kan gebruik worden gemaakt van een warmtebron, bijvoorbeeld een lamp. Elstein lampen, die van porselein gemaakt zijn en geen licht geven, kunnen hiervoor gebruikt worden. Ook zijn warmtelampen verkrijgbaar, die wel licht geven. Gekozen kan worden tussen wit licht en rood licht.
Zodra de kuikens tien dagen oud zijn, kan begonnen worden om de temperatuur langzaam af te bouwen naar 20 graden, zodra de leeftijd van drie maanden oud bereikt is. Bij de kuikens kan het beste op de bodem van het verblijf een rubberen mat worden gelegd. Een ondergrond van beton is meestal te koud. Als stro, houtsnippers of andere losse delen gebruikt worden als ondergrond voor jonge kuikens, kan het voorkomen dat kuikens denken dat het voer is. Kuikens zullen de bodembedekking opeten. Het kan in de keel blijven steken, waardoor de vogels stikken. Wanneer kuikens bij de ouders opgroeien, krijgen kuikens geleerd wat wel en niet gegeten kan worden.
De opfokruimte dient warme en koele plaatsen te bevatten. De kuikens kunnen zelf bepalen welke temperatuur aangenaam is. Indien het te koud is, liggen alle vogels op elkaar onder de warmtebron. Als de kuikens het warm hebben, liggen of lopen de vogels verspreid door het hele verblijf.